De transformatatie van het Markermeer, lang gesignaleerd als een ecologisch uitgeput systeem, vormt het middelpunt van intensief wetenschappelijk onderzoek binnen Nationaal Park Nieuw Land. Waar het meer decennia lang gekenmerkt werd door een verstikkend slibbedek en een drastisch gedaalde visstand, fungeert het gebied nu als een cruciale schakel in de herstelketen van de Nederlandse waterkwaliteit. De aanleg van Marker Wadden tussen 2016 en 2021, samen met gerichte ingrepen in aangrenzend natuurterrein zoals de Oostvaardersplassen, heeft geleid tot een heropleving van het ecosysteem. Dit proces, gedreven door de principes van natuurlijke succesie en habitatverbinding, onderstreept de onlosmakelijke binding tussen de gezondheid van het waterleven en de overlevingskansen van de watervogelbestanden.
Van Dood Meer naar Leefomgeving
De geschiedenis van het Markermeer is intrinsiek verbonden met de waterbouwkundige ingrepen die het landschap in de twintigste eeuw vormden. Na de afsluiting van het meer door de Houtribdijk in 1976 kwam de doorstroming vanuit de IJssel tot stilstand. Deze isolatie had een drastisch effect op de waterkwaliteit en de bodemcondities. Zonder de constante toevoer van zoet water en sedimenttransport uit het IJsselgebied, ontstond er een dikke slibdeken op de bodem. Dit slib had een verstikkend effect op het bodemleven, de basis van de voedselketen, waardoor het Markermeer lange tijd de bijnaam 'dood meer' droeg.
Desondanks was het ecosysteem nooit volledig leeg. Organismen hebben zich aangepast aan de troebele omstandigheden, maar de stand van de vissen en daarmee de populaties van watervogels zijn in de decennia na de afsluiting fors achteruitgegaan. Joep de Leeuw, senior onderzoeker visecologie bij Wageningen Marine Research, wijst erop dat er diverse menselijke oorzaken zijn aan te wijzen voor deze achteruitgang. De centrale vraag voor het herstel werd dan ook: hoe kan organische groei op een natuurlijke manier worden gestimuleerd zodat het totale ecosysteem profiteert? Marker Wadden is bedacht als antwoord op deze vraag. Het is een groep natuureilanden, aangelegd met zand, klei en slib die uit het Markermeer zelf zijn gehaald, ontworpen om de ecologische functies van het meer te restaureren.
Marker Wadden als Kraamkamer voor Vis
De functionele rol van Marker Wadden in het Nationaal Park Nieuw Land is die van een essentiële 'kraamkamer' voor vissen. Door de harde dijken aan alle kanten van het Markermeer zijn er weinig plekken waar vissen veilig en beschut kunnen opgroeien. De visstand was na de aanleg van de Houtribdijk erg afgenomen, maar de nieuwe eilanden bieden precies wat er ontbrak: geleidelijke overgangen van land naar water en de aanwezigheid van planten en insecten.
Deze geleidelijke land-waterovergangen, ook wel geleidelijke taluds genoemd, creëren een mozaïek van vegetatierijke oeverzones. In de luwte van de eilanden ontstaan ondiepe baaien met ondergedoken vegetatie die van groot belang zijn voor de productie van jonge vis. Hier vinden vissen zoals baars, snoekbaars en blankvoorn de mogelijkheid om op te groeien, met voor elke groeifase een geschikte locatie. In de afgelopen jaren is er een geulensysteem aangelegd tussen de eilandoevers en het open water. Dit systeem stelt vissen in staat om in ondiep, voedselrijk water eitjes af te zetten en zorgt ervoor dat nakomelingen weer naar dieper water kunnen zwemmen zodra ze volgroeid zijn.
Het onderzoek naar de visstand toont duidelijke positieve ontwikkelingen. Waar men voorheen voornamelijk blankvoorn telt, worden nu ook windes, ruisvoorns en zeelten aangetroffen. Deze soorten zijn sterk afhankelijk van riet en andere vegetatie. Daarnaast is er een toename geconstateerd van roofvissen die naar binnen zwemmen om zich tegoed te doen aan de kleinere vissen, wat wijst op het ontstaan van een nieuw ecologisch evenwicht. Trintelzand, een ander deel van het park, heeft vergelijkbare functies als Marker Wadden, met beschutte gebieden en geleidelijke land-waterovergangen die elders in het meer zeldzaam zijn.
Habitatdiversiteit en Seizoensvariaties
De ecologische waarde van Marker Wadden en aangrenzende gebieden zoals Trintelzand wordt bepaald door een grote variatie in habitats, die ook fluctueert tussen seizoenen en jaren. Deze variatie is deels een gevolg van de watertemperatuur in het voorjaar en de invloed van wind, die fluctuaties in het waterpeil veroorzaakt. Marker Wadden worden daardoor omschreven als "windwadden", waarbij de dynamiek van het waterpeil direct invloed heeft op de beschikbaarheid van leefruimte.
Een specifiek type habitat dat binnen deze gebieden voorkomt, zijn de zandwinputten. Deze putten hebben een diepte van 10 tot 30 meter en bieden een aanvullende niche voor zowel grote vissoorten, met name snoekbaars, als kleine vissoorten, zoals spiering en jonge baars. Door bemonsteringen met stortkuil en zege zijn variaties aan jonge vis, inclusief kleinere roofvis zoals jonge snoekbaars en baars, aangetroffen in deze diepere zones en de ondiepere randen.
De conclusie uit het onderzoek is dat de geleidelijke land-waterovergangen in combinatie met de beschutting van de eilanden cruciaal zijn voor de productie van jonge vis. Het gebied bevindt zich nog in een pionierssituatie, maar de verwachting is dat het zich verder zal ontwikkelen richting een door waterplanten gedomineerde toestand. Dit proces geldt voor de oevers, de geleidelijke land-waterovergangen en de diepere delen van het meer in de luwte van de eilanden.
Onderzoek in de Oostvaardersplassen en Nationaal Park Nieuw Land
Naast de focus op Marker Wadden, speelt onderzoek in andere delen van Nationaal Park Nieuw Land, zoals de Oostvaardersplassen, een belangrijke rol in het begrip van de totale ecologische verbinding. In het voorjaar van 2023 is er een vispassage, specifiek een bekkenstuwpassage, aangelegd tussen de Lage Vaart en de Kitstocht in de Oostvaardersplassen. Deze passage moet het voor vissen mogelijk maken om de natte graslanden en de diepere poelen bij de Waterlanden te bereiken.
Om de werking van deze passage te monitoren, startte een onderzoek onder leiding van Joep de Leeuw en Joey Volwater van Wageningen Marine Research. Masterstudenten Kyra Beeftink en Matthijs Ledder zetten fuiken om in kaart te brengen welke vissen gebruikmaken van de passage. Tijdens hun stage, die vijf maanden duurde, richtten de studenten zich op het in kaart brengen van de verschillende vissoorten in Nationaal Park Nieuw Land. Ze onderzochten specifiek de habitats in zowel de Oostvaardersplassen als Marker Wadden, met de intentie om de diversiteit van de habitats en de daarbinnen levende visbestanden te analyseren.
De samenwerking tussen Wageningen Marine Research, de Universiteit Utrecht en de Universiteit van Amsterdam benadrukt de academische grondslag van het natuurbeheer. Door de habitats te monitoren, kunnen beheerders inzicht krijgen in hoe vispopulaties zich verplaatsen en welke gebieden kritiek zijn voor hun voortplanting en overleving.
Vogels als Ambassadeurs van het Ecosysteem
De gezondheid van het ecosysteem in Nationaal Park Nieuw Land wordt niet alleen gemeten aan de hand van vissen, maar ook aan de hand van vogelpopulaties. Joep de Leeuw benadrukt dat vogels de ambassadeurs zijn van het grotere verhaal: als het goed gaat met het leven onder water, gaat het ook goed met het leven boven water. Vogels zijn zichtbaarder en dus meetbaarder dan vissen en waterplanten, wat hen tot een ideale indicator maakt voor toeristen en onderzoekers.
Het rijk ontwikkeld bodemleven en de visrijke oeverzones maken het gebied aantrekkelijk voor diverse vogelsoorten. Marker Wadden, door het kale, door het water geïsoleerde landschap, was al bekend als belangrijke broedplek voor pioniersoorten zoals de visdief en de kluut. Het onderzoek bevestigt nu dat het steeds voedselrijkere gebied ook waardevol is voor andere soorten, zoals de lepelaar en de wintertaling.
Kluten vinden vlak bij hun nest voedsel voor hun kuikens op de slikvlaktes, terwijl tienduizenden wintertalingen in het najaar de zaden van moerasplanten eten. Omdat het een Natura 2000-gebied is, bestaan er Europese verplichtingen om bepaalde vogelsoorten weer op peil te krijgen. Dit omvat onder andere nonnetjes, grote zaagbekken, futen, visdieven, zwarte sterns, kluten en lepelaars. Marker Wadden fungeert hierdoor niet alleen als kraamkamer voor vis, maar ook als een belangrijk voedsel- en broedgebied voor vogels.
Zonder de vispopulaties die in de kraamkamers opgroeien, zouden de visetende vogels geen voedselbron hebben. De diversiteit van het gebied zorgt ervoor dat voor elke groeifase van de vis een goede plek is, wat op zijn beert zorgt voor een stabiele voedselbron voor de vogelbestanden. Jan van der Winden van Lowland Ecology Network benadrukt dat Marker Wadden, hoewel relatief klein van oppervlak, een bijzondere schakel in Nationaal Park Nieuw Land is geworden.
Beheerinsichten en Toekomstperspectief
De inzichten uit het onderzoek zijn van groot belang voor het toekomstige beheer van Marker Wadden en de bredere ontwikkeling van Nationaal Park Nieuw Land. Tim Captein, boswachter bij Natuurmonumenten, stelt dat het volgen van de ontwikkelingen op Marker Wadden, ondersteund door onderzoek, essentieel is voor effectief beheer. Het onderzoek biedt inzicht in hoe vogels verschillende plekken in het Nationaal Park gebruiken en welke onderlinge relaties bestaan tussen de gebieden.
Een belangrijk leerpunt uit de data is dat variatie in leefgebied op Marker Wadden en andere gebieden in het Nationaal Park heel belangrijk is voor de onderzochte vogelsoorten. De beheerders gaan zich inzetten om deze variatie te behouden. Zenderinformatie van vogels laat zien welke gebieden ze gebruiken, wat ze eten, waar ze broeden en hoe ze verbonden zijn met andere delen van het park. Deze data bevestigen dat Marker Wadden belangrijk is voor pioniersoorten, maar ook voor de bredere biodiversiteit.
Het natuurlijke herstelproces, gestimuleerd door de aanleg van de wadden en de vispassages, laat zien dat ingrijpen in de waterbouw, gepaard gaande met ruimte voor natuurlijke succesie, leidt tot een revitaliserende effect op het ecosysteem. De combinatie van wetenschappelijk monitoring, zoals uitgevoerd door Wageningen Marine Research en studenten, en praktijkinzicht van Natuurmonumenten, vormt de basis voor het behoud en de verdere ontwikkeling van dit unieke natuurgebied.
Conclusie
De transformatie van het Markermeer van een ecologisch verarmd systeem naar een bloeiend ecosysteem in Nationaal Park Nieuw Land illustreert de kracht van geïntegreerd natuurbeheer. Door de aanleg van Marker Wadden en gerichte infrastructuur zoals vispassages in de Oostvaardersplassen, is een kraamkamer voor vis gecreëerd die essentieel is voor de herstel van de visstand. Deze vispopulaties vormen op hun beurt de basis van de voedselketen voor diverse vogelsoorten, waaronder beschermde Natura 2000-soorten.
De onderzoeksresultaten van Wageningen Marine Research en partners tonen aan dat de diversiteit van habitats, variërend van ondiepe vegetatierijke oevers tot diepe zandwinputten, cruciaal is voor de overleving en groei van vis. Deze habitatdiversiteit, in combinatie met de dynamiek van wind en waterpeil, creëert een mozaïek dat zowel pioniersoorten als meer gevestigde soorten ondersteunt. Voor het toekomstige beheer is het behoud van deze variatie van levensbelang. De successen in Nationaal Park Nieuw Land dienen als een model voor hoe menselijk ingrijpen, wanneer het uitgaat van ecologische principes en wetenschappelijk bewijs, kan bijdragen aan het herstellen van de natuur.