In de zorgsector is het veilig en correct toedienen van medicatie een essentieel onderdeel van de zorgverlening. De juiste volgorde en handelingen bij het toedienen van medicatie zijn cruciaal om fouten te voorkomen en de gezondheid van de cliënt te waarborgen. De beschikbare informatie uit meerdere bronnen bevat veel waardevolle informatie over hoe medicatie op de juiste manier moet worden aangereikt, toegediend en geregistreerd. In dit artikel wordt uitgelegd in welke volgorde medicatie aan de cliënt moet worden gegeven, en welke stappen daarbij betrokken zijn.
De vijf basisregels bij het toedienen van medicatie
Een van de belangrijkste aspecten bij het toedienen van medicatie zijn de vijf basisregels. Deze regels zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat het juiste medicijn op het juiste moment in de juiste hoeveelheid en op de juiste manier aan de juiste cliënt wordt gegeven. De vijf basisregels zijn:
- Juiste medicijn – Controleer of je het juiste medicijn hebt. Dit is van groot belang, omdat het onvermijdelijk is dat er bij hoge tijdsdruk fouten kunnen optreden.
- Juiste cliënt – Zorg dat je de medicatie niet per ongeluk aan de verkeerde cliënt geeft. Dit is een veel voorkomende fout, vooral bij grote aantallen cliënten.
- Juiste tijdstip – Weet wanneer je de medicatie moet toedienen. Dit kan variëren per medicijn, bijvoorbeeld voor of na het eten, of op een bepaald tijdstip van de dag.
- Juiste manier van toedienen – Zorg dat je weet hoe en waar je het medicijn moet toedienen. De werking van het medicijn kan aanzienlijk veranderen als je het op de verkeerde manier doet.
- Juiste dosis – Controleer altijd of de dosis klopt. Dit is essentieel, omdat fouten in de dosering grote gevolgen kunnen hebben.
Deze vijf basisregels vormen de kern van het veilig toedienen van medicatie. Ze zijn van toepassing op elke vorm van medicatie, zoals oraal, rectaal, sublinguaal, transdermaal, intraveneus, intramusculair of subcutaan toedienen.
De juiste volgorde bij het toedienen van medicatie
Het toedienen van medicatie gebeurt in een bepaalde volgorde, zodat alle stappen correct worden uitgevoerd. De volgorde is als volgt:
1. Voorbereiding
Voordat medicatie wordt toegediend, moet er goed worden voorbereid. Dit omvat het controleren of je de juiste medicatie hebt, het opstellen van een toedienlijst, en het voorbereiden van de medicatie op basis van de voorschriften. Als er sprake is van losse medicatie, moet je zorgen dat het medicijn goed herkenbaar is tot het moment van toedienen. Bijvoorbeeld via een blisterverpakking.
2. Controle
Voordat je de medicatie toedient, moet je de medicatie controleren. Dit betekent dat je de juiste cliënt, het juiste medicijn, de juiste hoeveelheid, het juiste tijdstip en de juiste manier van toedienen moet controleren. Bij medicatie in een medicatierol moet je ook controleren of het aantal tabletten en de tekst op het zakje overeenkomen met de gegevens op de toedienlijst.
3. Toedienen
Nadat de medicatie is voorbereid en gecontroleerd, kan het medicijn worden toegediend. Dit gebeurt op basis van het voorschrift, en je moet ervoor zorgen dat de medicatie op de juiste manier wordt toegediend. Dit kan bijvoorbeeld oraal, rectaal, sublinguaal, transdermaal, intraveneus, intramusculair of subcutaan zijn.
4. Registreren
Na het toedienen van de medicatie moet dit worden geregistreerd. Dit gebeurt op de toedienlijst, en je moet ervoor zorgen dat je de medicatie op de juiste manier aftekent. Bij elektronische toedienlijsten wordt dit geregeld via een systeem waarin je met je eigen naam inlogt.
5. Volgen en controleren
Na het toedienen van de medicatie moet je de werking en eventuele bijwerkingen van het medicijn volgen. Dit moet worden geregistreerd in het zorgdossier, en de cliënt moet worden aangeraden om eventuele bijwerkingen te melden aan de arts. Daarnaast moet je ook op de hoogte zijn van eventuele incidenten en deze melden volgens de afspraken in de zorgorganisatie.
Verschillende vormen van medicatie
De manier waarop medicatie wordt toegediend, kan variëren afhankelijk van het type medicijn, de werking en de toestand van de cliënt. De meest voorkomende vormen zijn:
Oraal
Bij oraal medicijnen toedienen worden pillen en tabletten via de mond ingenomen. Deze medicatie wordt opgenomen via de slijmvliezen, zoals het mondslijmvlies of het wangslijmvlies. Dit is de meest bekende manier om medicatie in te nemen.
Rectaal
Bij rectaal medicijnen toedienen wordt het medicijn via de anus ingebracht. Dit gebeurt vaak bij kinderen, of wanneer iemand niet oraal kan innemen vanwege misselijkheid.
Sublinguaal
Bij sublinguaal toedienen wordt het medicijn onder de tong gelegd. Dit wordt vaak toegepast bij medicatie die snel opgenomen moet worden of wanneer het medicijn niet door maagzuur mag worden aangeraakt.
Transdermaal
Bij transdermale toediening wordt het medicijn via de huid gegeven. Dit kan via pleisters, crèmes of zalf gebeuren.
Intraveneus
Bij intraveneus medicijnen toedienen wordt het medicijn rechtstreeks in de ader geïnjecteerd. Dit gebeurt vaak met antibiotica, zodat het direct in de bloedbaan terechtkomt.
Intramusculair
Bij intramusculair toedienen wordt het medicijn via een injectie in het spierweefsel gegeven. Dit gebeurt vaak in de bilspier, deltaspier of dijspier.
Subcutaan
Bij subcutaan toedienen wordt het medicijn onder de huid gegeven, bijvoorbeeld via een injectie. Dit gebeurt vaak met insuline.
Afstemming met de zorgorganisatie
Bij het toedienen van medicatie is het belangrijk om afstemming te houden met de zorgorganisatie. Dit omvat het nalezen van de protocollen van de zorgorganisatie, het opstellen van een actuele toedienlijst en het nalezen van de instructies van de arts. Ook moet je ervoor zorgen dat je bij eventuele twijfels contact opneemt met de apotheek of de arts.
Conclusie
Het toedienen van medicatie is een cruciaal onderdeel van de zorgverlening. De juiste volgorde en handelingen zijn daarbij van belang om fouten te voorkomen en de gezondheid van de cliënt te waarborgen. De vijf basisregels, de juiste volgorde van handelen en de verschillende vormen van medicatie zijn hierbij essentieel. Door deze regels en procedures te volgen, kan de zorgverlener ervoor zorgen dat de medicatie veilig en correct wordt toegepast.