Uit te reiken aandelen: juridische en fiscale kaders in de context van fusies en geruisloze omzettingen

De uitreiking van aandelen speelt een centrale rol in juridische en fiscale kaders, met name bij processen zoals fusies, geruisloze omzettingen, en de inbreng van vermogen in een vennootschap. Deze praktijk is niet alleen een technisch juridisch proces, maar ook een fundamenteel onderdeel van het structureren van ondernemingen, waarbij aandacht moet worden besteed aan rechtsgrondslagen, fiscale regelgeving, en de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de relevante normen en praktijkuitvoering die samenhangen met de uitreiking van aandelen, met name in de context van geruisloze omzettingen en fusies. De informatie is afgeleid van meerdere officiële en fiscale bronnen, met nadruk op juridische consequenties en fiscale vereisten.

Uitreiking van aandelen bij geruisloze omzetting

Een geruisloze omzetting is een juridisch proces waarbij een individuele onderneming wordt omgezet in een vennootschap, zonder dat de belastingplichtige een fiscale aanslag ondergaat. Dit proces is geconditioneerd door de Wet op de inkomstenbelasting (Wet IB 2001) en bepaalt de wijze waarop aandelen worden uitgereikt. De uitreiking van aandelen bij een geruisloze omzetting moet conform de inbrengverhoudingen zijn, tenzij zakelijk handelen een andere verdeling rechtvaardigt. Dit betekent dat de aandelen hoofdzakelijk aan de inbrengers worden toegewezen, conform de verhouding waarin zij hun vermogen inbrengen.

Het is echter niet toegestaan om uitsluitend beperkte rechten te verlenen bij aandelen die niet delen in het liquidatiesaldo, zoals cumulatief preferente aandelen, tenzij het gaat om een medegerechtigde tot het vermogen van een onderneming. In dat geval is het wel toegestaan om dergelijke aandelen uit te reiken, mits de medegerechtigdheid niet uitgaat tot het liquidatiesaldo. De uitgangspunt is dat gewone aandelen moeten worden uitgereikt in overeenstemming met de winstverhouding in het samenwerkingsverband.

Daarnaast is er sprake van een afrondingscreditering, wat betekent dat de belastingplichtige maximaal 5% van het gestorte kapitaal op de aandelen kan worden gecrediteerd, met een absolute grens van € 25.000. Deze creditering is toegestaan om eventuele afrondingsproblemen op te lossen. Bij een geruisloze omzetting door meer dan één inbrenger geldt deze crediteringsgrens per inbrenger afzonderlijk.

De aandelen die worden uitgereikt, moeten volledig worden gestort, wat betekent dat de belastingplichtige het volledige vermogen moet aanbrengen in de vennootschap. In het kader van een geruisloze omzetting moet de belastingplichtige voor 100% in het geplaatste en gestorte aandelenkapitaal deelnemen. Dit geldt ook bij de inbreng van subjectieve ondernemingen van twee of meer deelnemers in een samenwerkingsverband. Het gehele vermogen van de omgezette onderneming moet worden omgezet in aandelenkapitaal, na aftrek van toegestane creditering en eventuele lijfrenten die zijn bedongen in overeenstemming met artikelen 3.128 en 3.129 van de Wet IB 2001.

Het is belangrijk te weten dat het uitreiken van nieuwe aandelen na de oprichting van de vennootschap aan derden wel toegestaan is, mits dit geschiedt tegen een zakelijke prijs. Dit betekent dat er geen sprake is van een fiscale aanslag op de inbreng, mits de aandelen tegen een marktconforme prijs worden uitgereikt.

Uitreiking van aandelen bij fusies

De uitreiking van aandelen speelt ook een rol bij fusies, met name bij juridische fusies waarbij het vermogen van een verdwijnende rechtspersoon overgaat op een verkrijgende rechtspersoon. In dit proces wordt vaak sprake van een uitreiking van aandelen aan de aandeelhouder van de verdwijnende rechtspersoon. De uitreiking van aandelen is echter niet altijd verplicht; in sommige gevallen kan het vermogen zonder uitreiking worden overgedragen.

De praktijk laat zien dat er onduidelijkheden kunnen ontstaan rond de uitwerking van fiscale regelingen bij vereenvoudigde zusterfusies, waarbij iemand direct of indirect alle aandelen houdt in de vennootschappen die worden samengevoegd. In het geval van een vereenvoudigde rechtstreekse zusterfusie is het voorgesteld om de fiscale regelingen ook onder het toepassingsbereik te laten vallen. Bij de vereenvoudigde indirecte zusterfusie is dit echter niet het geval, omdat er geen concrete signalen uit de praktijk zijn geweest die dit noodzakelijk maken.

Bij een juridische fusie kan de fusieprijs hoger liggen dan de som van de waarde van de verkregen activa en passiva, wat kan resulteren in een goodwill. In het fiscaal kader wordt deze goodwill als deel van het vermogen van de verkrijgende rechtspersoon geacht, mits de fusieprijs als uitgangspunt wordt genomen voor de waarde van het verkregen vermogen van de verdwijnende rechtspersoon. De goodwill ontstaat hierbij in overeenstemming met civiele rechtsgevallen, zoals het arrest van 30 mei 1934 en 20 mei 1953.

Een belangrijk aspect van de uitreiking van aandelen bij fusies is de toepassing van de hardheidsclausule, zoals beschreven in artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Deze clausule kan worden aangewend om bepaalde fiscale regelingen toepasbaar te maken. In de praktijk wordt dit vaak gebruikt in grensoverschrijdende fusies, waarbij de uitreiking van aandelen onder bepaalde voorwaarden fiscaal gunstig kan zijn.

Uitkering van dividend en het uitreiken van aandelen

Hoewel de uitreiking van aandelen niet direct verband houdt met het uitkeren van dividend, is het wel relevant om te begrijpen hoe dividenduitkeringen worden bepaald en welke fiscale verplichtingen hiermee verbonden zijn. Dividend is het uitkeren van (een deel van de) winst aan aandeelhouders, en kan zowel in nationale als in internationale verhoudingen plaatsvinden. Bij het uitkeren van dividend is het belangrijk om rekening te houden met de balanstest, waarbij het eigen vermogen van de vennootschap groter moet zijn dan de wettelijke en statutaire reserves.

De uitkering van dividend kan alleen worden gedaan met goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA), mits de vennootschap in staat is om haar toekomstige betalingsverplichtingen te vervullen. Het bestuur kan een uitkering weigeren als het redelijkerwijs voorziet dat de uitkering zal leiden tot een tekort aan voldoende betalingsvermogen. De fiscale behandeling van dividenduitkeringen hangt af van de jurisprudentie waarin de uitkering plaatsvindt, en kan onder andere bepalen of dividendbelasting verschuldigd is.

Conclusie

De uitreiking van aandelen is een essentieel onderdeel van juridische en fiscale processen, met name bij geruisloze omzettingen en fusies. Deze uitreiking moet conform de inbrengverhoudingen en de fiscale regelgeving plaatsvinden, en is vaak geconditioneerd door het vermogen dat inbrengers leveren. Het is belangrijk om te onthouden dat het uitreiken van aandelen met beperkte rechten, zoals cumulatief preferente aandelen, niet altijd toegestaan is, tenzij het gaat om een medegerechtigde tot het vermogen van een onderneming. Daarnaast speelt de afrondingscreditering en het gestorte kapitaal een rol bij geruisloze omzettingen, terwijl bij fusies de fusieprijs en goodwill een bepalende factor kunnen zijn.

Het is duidelijk dat het uitreiken van aandelen niet alleen een juridisch proces is, maar ook een complexe fiscale kwestie die aandacht verdient bij het structureren van ondernemingen. Het is aan te raden om bij dergelijke processen professionele advies in te winnen, om ervoor te zorgen dat de regelgeving correct wordt gevolgd en dat fiscale risico's worden beheerst.

Bronnen

  1. Staatsblad 2010, 10512
  2. Kamerstuk 36603-3
  3. RB Noord-Holland 23-02-2022, nr. HAA-20-4958
  4. Dividenduitkeren: fiscaal overzicht

Gerelateerde berichten