Astrologie in de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd: Een Wetenschap tussen Geloof en Praktijk

De astrologie heeft door de eeuwen heen een complexe ontwikkeling doorgemaakt, gekenmerkt door perioden van acceptatie en afwijzing, van wetenschappelijke beoefening tot volksbijgeloof. Deze ontwikkeling is nauw verbonden met filosofische, theologische en wetenschappelijke stromingen, en heeft een significante invloed gehad op de manier waarop mensen hun plaats in het universum en hun eigen lot probeerden te begrijpen. Dit artikel belicht de geschiedenis van de astrologie, met name de overgang van de middeleeuwen naar de nieuwe tijd, gebaseerd op beschikbare bronnen.

De Vroege Middeleeuwen en de Invloed van de Kerk

In de vroege middeleeuwen werd de astrologie met argwaan bekeken door de kerk. Augustinus veroordeelde de heidense astrologie als onzinnig en ketters. Deze stellingname had een remmende invloed op de ontwikkeling ervan. Desondanks bleef er een zekere belangstelling bestaan, met name via figuren als Boethius en Isidorus van Sevilla, die aandacht besteedden aan astrologische principes. Via de School van Chartres in de 11e eeuw werd de astrologie in verband gebracht met de Grieks-Arabische traditie, die voortkwam uit de eerste kruistochten.

De School van Chartres en de Opkomst van Interrogationes en Electiones

De School van Chartres introduceerde specifieke astrologische technieken, zoals interrogationes (het opsporen van verloren voorwerpen en verdwenen personen door middel van astrologische ‘ondervraging’) en electiones (het bepalen van het meest gunstige moment voor bepaalde handelingen op basis van de geboortehoroscoop). Abelard, een volgeling van Chartres, maakte een onderscheid tussen voorspellingen van naturalia (zoals het weer) en contingentia (gebeurtenissen die afhankelijk zijn van de wil van God, toeval of de vrije wil van de mens). Hij stelde dat alleen naturalia voorspeld konden worden, wat de stellingname van de kerk eeuwenlang zou vertegenwoordigen.

De Arabische Invloed en de Scholastiek

Een belangrijke stimulans voor de astrologie kwam uit Spanje, waar geleerden een grote hoeveelheid Arabische werken over astrologie in het Latijn vertaalden. Deze vertalingen omvatten geschriften van Euklides, Aristoteles en Ptolemeus. De scholastiek, vertegenwoordigd door Albertus Magnus, Thomas van Aquino en Vincent van Beauvais, probeerde een scherpe scheiding aan te brengen tussen de ‘judicerende noodlotsastrologie’ (die een strikte determinatie door de sterren veronderstelde) en de ‘zuivere’ astrologie, die rekening hield met de vrije wil van de mens. Roger Bacon benadrukte dat geleerde astrologen nooit de noodlotsdwang aanhangen, een idee dat vooral populair was onder leken.

De Opkomst van Prognosticaties en de Drukpers

De 16e eeuw zag een toename van het aantal prognosticaties, voorspellingen voor het komende jaar. Deze werden vaak geschreven door artsen, aangezien geneeskunde en astrologie nauw met elkaar verbonden waren. Bekende namen in de Nederlanden zijn Johan Laet, Jasper Laet I en II, Jean Thibault, Adriaen van Vossenholen, Pieter van Goorle en Willem de Vriese. De opkomst van de drukpers speelde een cruciale rol in de verspreiding van deze prognosticaties, waardoor ze toegankelijk werden voor een breder publiek. Drukker Claes de Grave procedeerde in 1511 zelfs tegen een collega omdat deze een prognostiek van Jasper Laet had gedrukt en verkocht.

Polemieken en Concurrentie tussen Astrologen

De schrijvers van prognosticaties beschouwden elkaar vaak als concurrenten en voerden polemieken in de prologen en epilogen van hun werken, waarin ze elkaar beschuldigden van onbekwaamheid. Een opvallende ruzie vond plaats tussen de artsen-astrologen Jasper Laet jr. en Jean Thibault rond 1530. Laet beschuldigde Thibault van charlatanisme, terwijl Thibault beweerde dat hij juist zeer bekwaam was in zowel geneeskunde als astrologie.

Astrologia Naturalis versus Astrologia Superstitia

Er ontstond een onderscheid tussen astrologia naturalis en astrologia superstitia. Astrologia naturalis omvatte elementen die een leek kon waarnemen, zoals het weer, en werd beschouwd als geoorloofd. Astrologia superstitia daarentegen ging uit van een volstrekte determinatie door de sterren en werd als verdacht beschouwd. In de praktijk liepen deze systemen echter vaak door elkaar.

De Positie van Astrologie binnen het Christendom

Pogingen om de astrologie te verenigen met een christelijk standpunt en tegelijkertijd een breed publiek te bereiken, vinden we in de profetieën. Allereerst werden de bijbelse profetieën uitgelegd in relatie tot de nabije toekomst, maar al snel verschenen er ook profetieën van eigen makelij, toegeschreven aan diverse figuren die door God met het zienerschap zouden zijn verrast. Voorbeelden hiervan zijn Jan Aneseus (de smit van Huysse) en Alonse Fresant, een bekeerde Turk.

De Astrologie als Wetenschap voor de Elite

Zodra de denkbeelden van Thomas van Aquino over de astrologie verkeerd begrepen werden als een positieve stellingname, werd de astrologie door universiteiten, adellijke hoven en bisschoppelijke paleizen geaccepteerd als een eerbiedwaardige wetenschap. De combinatie met de medische wetenschap versterkte deze positie, waardoor de astrologie in de late middeleeuwen voornamelijk beoefend werd door universitair geschoolden en de elite.

De Opkomst van Doe-Het-Zelf Technieken en Volksvermaak

De acceptatie van astrologie door de elite creëerde een gat in de markt voor technieken om de toekomst te kennen en te overmeesteren voor een breder publiek. Dit leidde tot de ontwikkeling van talloze doe-het-zelf technieken, die met eenvoudige hulpmiddelen door ongeschoolden konden worden uitgevoerd. Sommige van deze technieken werden populair genoeg om gedrukt te worden, maar vervaagden uiteindelijk als achterlijk volksvermaak in de 18e en 19e eeuw.

De Motivatie van Astrologen

Een zekere astrologus gaf aan dat hij eigenlijk geen zin meer had in het schrijven van voorspellingen, gezien de huidige spot en verachting voor de astrologie, niet alleen van ongeleerde onnozelen, maar ook van theologen. Hij gaf echter toe dat hij werd overgehaald door ‘groote heeren ende andere goede vrienden’, omdat zijn voorspellingen voor het voorgaande jaar wonderwel waren uitgekomen. Hij benadrukte dat hij dankbaar was aan God voor zijn gaven en genade.

Conclusie

De astrologie heeft een lange en complexe geschiedenis, gekenmerkt door wisselende acceptatie en afwijzing. Van een heidense erfenis die door de kerk werd veroordeeld, ontwikkelde de astrologie zich tot een wetenschap die door geleerden werd beoefend en door de elite werd geaccepteerd. De opkomst van de drukpers en de ontwikkeling van doe-het-zelf technieken maakten de astrologie toegankelijk voor een breder publiek, maar leidden ook tot een versplintering van de praktijk en een afname van de wetenschappelijke status. De spanning tussen de pogingen om de astrologie te verenigen met het christelijk geloof en de kritiek van theologen bleef bestaan, waardoor de astrologie een controversiële discipline bleef.

Bronnen

  1. DBNL - Koude Oorlog

Gerelateerde berichten